3. Terrein lezen, richtingscontrole en drukcontrole
3a. Terrein analyseren en leren lezen en de daarbij passende lijnkeuze kiezen, obstakels herkennen en anticiperen op veranderingen in de ondergrond. Je leert gericht vooruitkijken, de juiste en optimale lijn kiezen en deze vloeiend volgen met behoud van controle, balans en snelheid.
3b. Richtingcontrole: het sturen, kantelen en roteren.
Het beheersen van de rijrichting door de fiets te sturen, te kantelen en te roteren. Je leert deze bewegingen combineren en afstemmen op het type bocht. Afhankelijk van de situatie ligt de nadruk meer op sturen, kantelen of roteren, zodat je de juiste lijn behoudt met optimale grip en controle..
3c. Drukcontrole: Het gericht belasten en ontlasten van de fiets en vering om grip, controle en prestaties en airtime te optimaliseren
- Passief (beginners): armen en benen gebruiken als natuurlijke demping om oneffenheden op te vangen en de fiets soepel de ondergrond te laten volgen.
- Actief (gevorderden): de fiets en vering gericht belasten en ontlasten om grip en snelheid te optimaliseren en sprongen gecontroleerd in hoogte en afstand te beïnvloeden.